Over Wintermans Ecologenbureau

Wintermans Ecologenbureau (WEb) is opgericht in 1994 op Texel en in 2002 verhuisd naar Finsterwolde in Oost-Groningen. Voordien heeft de oprichter George Wintermans zich voornamelijk bezig gehouden met ecologisch onderzoeken en rapportages, inventarisaties van flora en fauna, presentaties en tentoonstellingen.

Binnen WEb zijn de werkzaamheden steeds meer in het vlak van de estuariene ecologie komen te liggen met het accent op vismigratie, vispassages en natuurgebieden in het Waddenzeegebied.

In ruim 20 jaar zijn meer dan 20 ontwerpen voor vismigratie-voorzieningen gemaakt, terwijl voor een tiental natuurgebieden beheer- en inrichtingplannen zijn opgesteld. Daarbij werkt en werkte WEb veel samen met overheidsinstanties en andere onderzoeksbureau’s.

Vanaf 2002 is George Wintermans ook werkzaam als ecoloog bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM BV) te Assen met als belangrijkste taak het invullen, uitzetten, coördineren en rapporteren van de ecologische monitoring rond de gaswinning in het Waddenzeegebied.

Werkzaamheden

Wintermans Ecologenbureau houdt zich vooral bezig met de samenhang tussen planten en dieren en hun natuurlijke omgeving; wat ook de betekenis is van het woord ecologie. Onder de natuurlijke omgeving worden zowel de vorm van het landschap (geomorfologie), de weeromstandigheden en de aan- of afwezigheid van getij of water verstaan als de invloed die planten en dieren hebben op die omgeving. De natuurlijke omgeving bepaalt in eerste instantie of planten en dieren in een gebied voorkomen terwijl planten en dieren op hun beurt hun eigen leefomgeving vorm geven. Zo vormen mosselen op het wad samen een mosselbank waarin ze beter kunnen overleven en bevorderen planten op de kwelder de opslibbing waardoor hun leefgebied groter wordt.

De belangrijkste werkvelden waarin Wintermans Ecologenbureau actief is, betreffen de wisselwerking tussen organismen en hun leefomgeving. In het behoud en herstel van natuurwaarden of –functies wordt gestreefd naar een optimaal gebruik van de natuurlijke mogelijkheden van het gebied en een minimale inzet van beheer- en inrichtingmaatregelen.